Antennes en hun voedingspunt

 

Het is zaak om de wisselstroom van onze generator (zender) met zo weinig mogelijk verliezen in de antenne te krijgen. Bij ontvangst willen we dan weer de (kleine) wisselstroom zo efficiënt mogelijk, met zo laag mogelijke verliezen, in onze ontvanger krijgen. Daarom dient de voedingslijn dezelfde impedantie te hebben als het voedingpunt van onze antenne. Deze impedantie zal verschillen naar gelang waar we dit voedingpunt plaatsen.

  • Rond de 25 à 30 Ohm bij een vertikale kwartgolf antenne
  • tussen de 50 en de 100 Ohm bij een dipool
  • 300 à 400  Ohm bij een OCF (Off Center Fed) antenne zoals een FD4
  • een paar 1000 Ohm bij een end fed antenne.

Onze voedingslijn moet hier dus voor aangepast zijn.

We kunnen al onmiddellijk een onderscheid maken tussen symmetrische en assymetrische voeding... Coaxkabel is assymetrisch terwijl open voedingslijn symmetrisch is. Misaanpassing kunnen we op verschillende manieren compenseren, hoe eficiënter we dit doen hoe meer energie onze antenne zal kunnen afstralen. Alle energie die we in ons antennesysteem, in onze antenne, omzetten in iets anders dan electromagnetische straling is verlies. 

Ook voor ontvangst, zeker nog meer voor ontvangst, is dit belangrijk. De energie die onze antenne bereikt is extreem laag (als we niet naast de zender van Schoten wonen). We moeten dus zorgen dat, de energie van deze mini signaaltjes, zoveel mogelijk de ontvangstkringen in onze radio bereikt.   

  

 

 

   
© ON4AWT